IMG_9434

Empire state of mind

 

Heb je de vorige blogs nog niet allemaal gelezen? Klik dan hier om naar het blogoverzicht te gaan.

 

Het puntje van mijn neus is koud. Zo ijskoud dat het zeer begint te doen. Misschien helpt het ook niet echt dat hij inmiddels de vorm van een opgefrotte kleibal heeft aangenomen door het harde drukken tegen het raam. Ik probeer trillend een traan van mijn wang te vegen, maar krijg snel in de gaten dat het eigenlijk geen zin heeft. Ze blijven maar stromen. Mijn hart klopt waarschuwend in mijn borstkas en ik probeer mezelf tot rust te manen door de muziek in mijn oortjes nog wat harder te zetten. Adem in, adem uit. Het liefst wil ik gillen. Maar vooral: dansen. Joelen. Meezingen. En helemaal uit mijn plaat gaan. 

Daar zit ik dan. Veilig ingesnoerd in een vliegtuiggordel, vastgeklampt aan het raampje rechts naast mij. Zodra ik de eerste lichten van The Big City op me af zie komen heb ik het niet meer. IK BEN ER ECHT. IK GA ZO LANDEN. IN NEW YORK. Mijn aller-aller-allergrootste droom gaat zometeen uitkomen. Ik ga eindelijk, na jaren en jaren vol mislukte pogingen tot buitenlandse stage, bijna geboekte reizen (maar er kwam altijd weer iets tussen) en de weken, maanden, jaren dat ik dit moment in mijn loze uurtjes in bed me heb proberen voor te stellen, mijn voeten op echte New Yorkse grond zetten. Ik kijk mijn buurvrouw met de grootste grijns aan (die vervolgens terugkijkt alsof ik gek ben geworden) en klap bijna uit elkaar van spanning.

Jezus, wat heb ik altijd een enorme aantrekkingskracht tot deze hoofdstad van de wereld gehad. Ik heb miljoenenpanden van binnen gezien in de serie Million Dollar Listing New York (wait for it), ik heb de paadjes in Central Park al minstens 500 keer meegelopen met de verschillende karakters uit films, ik heb uren op de trappen van The Met gezeten tijdens het kijken van Gossip Girl, heb meegehuild tijdens de documentaires over 9/11 en heb iedere baksteen van elk gebouw via Google Street View obsessief bestudeert. En nu is het dan eindelijk zo ver. De vliegtuigdeuren gaan open, ik val al hinkelend en struikelend de terminal in en ik neem een hele grote teug adem. Haaaaa, zelfs de geur is precies zoals ik het me had voorgesteld. Het is al 11 uur ’s avonds, en ik spring in een Uber richting mijn hotel. Een simpel maar effectief hotel in Brooklyn, 10 minuutjes met de metro richting Manhattan. Ik probeer zo snel mogelijk te gaan slapen, want de ochtend kan voor mij niet snel genoeg komen.

Zo, een lange introductie. Maar voor degenen die mij kennen weet dat geen woord gelogen is. Dus toen ik de volgende ochtend om 06:30 keurig naast mijn bed stond, mezelf in 4-dubbele laag kleren hees (het was maar 5 graden, en ik was intussen wel wat anders gewend) rende ik naar de subway, pakte de eerste beste metro naar halte ‘Rockefeller Centre’ en liep vervolgens langzaam trede voor trede omhoog, mezelf dwingend om naar mijn voeten te blijven kijken. De geur van pretzels kwam me tegemoet en het city-life geluid werd luider en luider. En toen ik aan de ondergrond zag dat ik eindelijk de bovenkant van de trap had bereikt deed ik mijn ogen dicht, lichtte mijn hoofd op, telde tot 3, en opende mijn ogen. Laat de plaatjes hieronder voor zichzelf spreken, zou ik zeggen. Ik voelde me de gelukkigste vrouw op aarde. 

 

 

 

Volgens mijn iPhone liep ik die dag bijna 37.000 stappen. Ik liep van Rockefeller Centre heeeeelemaal naar beneden tot aan de ferry langs het vrijheidsbeeld. Gewapend met een beker starbucks koffie en de grootste glimlach die New York tot dan toe had gezien liep ik uren en uren te genieten van de prachtige vergezichten. Ik hoor je denken “Ja, ja manon, nu weten we het wel.” Zucht, oke. Mag ik dan nog één keer zeggen hoe gelukkig ik was? En dan nu over tot de orde van de dag, waar jullie hier voor zijn gekomen: de meest grappige (en tevens voor mij vaak meest voor schutte) situaties. Al heb ik deze niet zo heel veel meegemaakt in Amerika, op een of andere manier gebeuren die altijd in shabby aziatische landen, en het feit dat ik deze blog nu op 26 januari tik maar ik begin december al in New York was, en bijna alle grappige herinneringen alweer verdrongen zijn door nieuwe ervaringen zal ook wel niet helpen. Afijn, let’s talk business. 

De volgende dag (na die 37.000 stappen op de dag ervoor) toen ik wakker werd en mijn ogen opende hoorde ik wat kraken. Alsof je zo’n oude zware houten deur van een italiaans kerkje probeert open te duwen, zo’n geluid. Ik deed mijn ogen weer dicht en hoorde het geluid weer. Hoe vaker ik mijn ogen op en dicht deed, hoe vaker ik het geluid hoorde. Ik probeerde overeind te komen, maar realiseerde me al snel dat er helemaal geen beweging in mijn lichaam te brengen was. Wel godverdegodver. Iedere spier (inclusief mijn oogknipper-spieren) protesteerden na de dag van gisteren. Na zeker 10 minuten proberen om overeind te komen, besloot mijn lichaam toch een beetje mee te werken en kwam ik met een bulderend lawaai van verroeste scharnieren en diezelfde zwarte italiaanse deuren overeind. Tsja, ik ben inmiddels ook al bijna 30 (!!!!) en niet meer de jongste, en die 37.000 stappen was me blijkbaar niet in de koude kleren gaan zitten. Balend als een stekker natuurlijk, want ik had in totaal maar 3 volle dagen in New York en de eerste zat er nu al op. Ik google naar ‘ochtendgymnastiek voor bejaarden’ op youtube en deed een aantal rek- en strekoefeningen van een veel te knappe en enthousiaste jongeman op Youtube na die hard motiverende teksten naar me toeslingerde. Aaaah dat is beter. Al voelden de onderkant van mijn voeten nog steeds als van die kussentjes waar je spelden in prikt als je even stop met kleren naaien (niet dat ik dat ooit gedaan heb, maargoed, je snapt m’n punt), ging ik vol goede moed op pad.

Maar na het wandelingetje van 5 minuten richting het metrostation moest ik al snel opgeven. Dit ging ‘m vandaag echt niet worden. Maar Manon zou Manon niet zijn als ze niet al een geniale oplossing had bedacht: ik pakte de tram naar Broome Street, kocht wederom een grote beker koffie bij Starbucks en ging op een bankje zitten. En toen was het afwachten maar. Ja lieve kijkbuiskindertjes, dit is een van de situaties waar het schaamrood me van op de kaken gaat staan. Want, wat is er precies op Broome Street? Tsja….. uh…. niets minder dan het kantoor van de enige echte Ryan Serhant. Wie? Ja die, Ryan Serhant. De makelaar uit Million Dollar Listing waar ik al jaren een crush op heb, mijn hart iedere keer een beat overslaat als ik zie dat hij een nieuwe instagrampost heeft geplaatst, en wiens boeken ik van voor tot achter en van achter tot voor heb gelezen. Het feit dat ik die dag 2 uur op dat bankje heb zitten hopen dat hij uit de voordeur zou komen lopen prijkt trouwens bovenaan mijn top 3 ‘least proudest moments of 2021’. Maar effe hoor, kijk dan naar dit natuurwonder: 

 

 

Drie keer hoera voor zijn vader en moeder die zo’n prachtig meesterwerk op de wereld hebben gezet. Print ‘m uit en hang hem boven je bed, zou ik zeggen. Ik spreek uit ervaring dat je dan veel lekkerder slaapt ’s nachts. 

Die dag besloot ik verder vooral zittend door te brengen: de musical The Phantom of the Opera (de op-een-na-langstlopende musical ooit, al sinds 1986 – Soldaat van Oranje eat your heart out!) en de musical Alladin (waar ik overigens een biertje voor 17 euro kocht en ‘m ook nog in een plastic Alladin-peuter-teut-beker kreeg) stonden op de planning. Mijn culturele hart kon zich weer helemaal ophalen, en na een goede burger met frietjes en mayo bij Hard Rock Cafe plofte ik voldaan in mijn bed.

De derde dag waren mijn niet-meer-zo-poezelige-voetjes weer een beetje bijgekomen en waagde ik me dapper opnieuw door de straten van New York. Waar ik kon pakte ik een metro om zoveel mogelijk kilometers te besparen, en mijn pas vertraagde zich meer tot een slenteren waardoor het temidden van de gehaaste en opgejaagde New Yorkers leek ik wel op een 183-jarige luiaard met een rasta-mannetjes-achtig-limpend been (trek dan ook gewoon die broek op tot waar ie hoort!). Na een bezoek aan Central Park inclusief welbekende ijsschaatsbaan, het bekijken van de prachtige kerstetalages van de grote warenhuizen, het bewandelen van de Brooklyn Bridge en het bewonderen van alle extravagante kerstshows, -bomen en -lichtjes, sloot ik mijn dag af in het 9/11 museum. Met een dikke knoop in mijn hart en maag stapte ik weer op de metro terug naar mijn hotel: het was tijd om weer afscheid te nemen van de stad waar ik inmiddels mijn hart, ziel (en een flink stuk van mijn portemonnee) ben verloren. New York, untill we meet again.

 

P.s. Geloof je me als ik zeg dat ik na 2 uur wachten op dat bankje daadwerkelijk Ryan Serhant uit zijn kantoor zag stappen en me zo kapot schrok dat ik een andere kant in keek tot hij in zijn auto was gestapt en uit het straatbeeld was verdwenen? God, wat ben ik toch een held op sokken. 

 

P.p.s. ik geloof stiekem zelf nog niet eens dat dit allemaal waargebeurd is, en dat ik daadwerkelijk in New York ben geweest. Daarom hier nog een paar plaatjes met mijn gezicht erop, zodat ik aan jullie (maar vooral) aan mezelf kan bewijzen dat het geen droom was. Wil iemand me even knijpen?